Selecteer een pagina
Uit eten bij de zombies

Uit eten bij de zombies

Uit eten bij de zombiesDie avond eten we niet op straat, maar in een regulier restaurant. We worden ontvangen door een energieke dame van een jaar of vijfendertig. Ze begeleidt ons naar onze plaatsen en vraagt wat we willen drinken. Zo zijn ze nu eenmaal in horecagelegenheden in Vietnam. In heel de wereld, wat dat aangaat. Belle heeft geen zin meer in bier en bestelt een rode wijn. Tot zover is er niet zoveel aan de hand. Niets eigenlijk. En dat blijft ook zo wanneer de jongeman – van wie ik me overigens wél afvraag of hij nog leeft – ons de bestelde drankjes komt brengen. Met enige moeite slaagt hij erin de consumpties netjes vóór ons op tafel te plaatsen. Misschien dat het voor de volgende keer een aardig idee is om het bierflesje te ontdoen van de kroonkurk. Maar hé, ik heb niet voor niets een mes met kurketrekker voor m’n verjaardag gekregen. Daar komen we wel uit.

Nee, het begint pas te ontsporen als het enigszins afwezige meisje – van wie ik me óók al afvraag of ze nog in leven is – onze bestelling komt opnemen. Ik weet het al. Ik neem ‘the hot pot’. Geen idee wat het is, maar het klinkt begrijpelijk en dát is belangrijk voor mij. Voedsel is als een gesprek. Je moet elkaar verstaan. ‘The hot pot’ en ik begrijpen elkaar.

Belle heeft zoals gebruikelijk haar keuze nog niet gemaakt. Ze wil altijd eerst de kaart van voor naar achter lezen, nog eens wat onderdelen teruglezen, enkele kanttekeningen maken, zichzelf afvragen of bepaalde smaken wel bij elkaar passen, indien mogelijk overleggen met andere restaurantbezoekers en enkele simpele vragen stellen aan de ober. Zoals: ‘Zijn de mosselen van hier of komen ze ergens anders vandaan?’ ‘Hoe vers zijn de mosselen?’ ‘Zijn het wel mosselen?’ ‘Hoe is het leven geweest van de mosselen voordat ze levend werden gekookt?’ ‘Kunnen de champignons uit dit gerecht worden vervangen door de cantharellen uit dat andere gerecht?’ ‘Hebben we het hier over gewone uien, bosuien of lente-uien?’ ‘Hoe gaat het met je zieke moeder?’ ‘Wordt het niet eens tijd dat je zoon afstudeert?’ Niks bijzonders. Gewoon wat vragen die in Belle opkomen wanneer ze een menukaart leest. Ze heeft wat meer tijd nodig voordat ze haar keuze maakt. En zover is ze gewoon nog niet. Wat het hoofdgerecht betreft hè. Want op mijn aandringen kiest ze al wel een voorgerecht. Dat wordt de gefrituurde groenten. Ik kies voor de dim sum. Oh ja, en doet u er nog maar een glaasje wijn en een biertje bij. Is de wijn op? Doet u dan maar een wodka.

Deze keer moeten we al wat langer wachten voordat de bestelling ons tafeltje bereikten ik heb wederom mijn verjaardagsmes nodig om het bierflesje te ontkurken. Het lerend vermogen van deze ober is blijkbaar minimaal ontwikkeld. Ik begin nu toch écht te vrezen dat hij reeds enkele weken geleden is overleden en dat men is vergeten om dat aan hem te vertellen. De volgende keer eens wat beter ruiken als hij bij ons aan tafel komt. Iemand die al weken dood is moet je toch ruiken?

Ondertussen stroomt het restaurant in een genadeloos rap tempo vol. En buiten de energieke mevrouw die ons bij binnenkomst heeft begroet, geeft niemand blijk van enige horecahandigheid. De reeds opgevoerde ober en serveerster in ieder geval niet. Die zijn wat mij betreft definitief overleden. Maar ze bewegen nog wel. Min of meer. Ze leven niet meer, maar zijn ook nog niet helemaal dood. Het zijn ondoden. Hen treft dus geen enkele blaam. Wel vreemd dat ze zijn aangenomen. Misschien dat ondode mensen in Vietnam goedkoper zijn dan levende werkkrachten? Ze hoeven waarschijnlijk niet te eten, dus dat scheelt.

Er staat een wat oudere vrouw achter de bar waarvan ik denk dat het de moeder is van de energieke mevrouw, die ik er inmiddels van verdenk dat ze de eigenaresse is van dit etablissement. En als dat wáár is, dan moet de energieke eigenaresse haar horecahandigheid genetisch gezien van haar vader hebben. In ieder geval niet van haar moeder. Geen idee trouwens waar die vader is. Staat hij in de keuken? Is hij er vandoor omdat hij het geklungel in de zaak niet langer kon aanzien? Of is hij dood en niet langer functioneel inzetbaar omdat hij te erg begon te ruiken? Op een gegeven moment moet je van ze af hè.

Hoe het ook zij, ook de moeder van de energieke eigenaresse bakt er achter de bar net zoveel van als de twee ondoden ervoor. Niks dus. Ze weet volgens mij het verschil niet tussen een cola en een tonic. Ze slaagt er in ieder geval niet in om ook maar één bestelling in één keer goed klaar te maken. En daar komt nog eens bij dat het kortetermijngeheugen van die twee ondoden hooguit dertig seconden is. Met als gevolg dat ze regelmatig terug moeten naar een tafeltje – welk tafeltje was het ook alweer? – om te vragen wat de bestelling nou precies ook weer was. Ze schrijven weliswaar alles op, maar blijken vervolgens niet in staat om het geschrevene en de drankjes op hun dienblad in verband te brengen met het bijbehorende tafeltje. Heel apart allemaal.

Om de ramp compleet te maken, bestaat het restaurant uit meerdere verdiepingen. Misschien twee, misschien zelfs meer. Ik weet ook niet hoe groot het boven is, maar gezien de aantallen mensen die de trap nemen, vermoed ik dat het boven aanzienlijk groter is dan beneden. En om het extra te compliceren worden de drankjes beneden gemaakt door de moeder van de energieke eigenaresse en naar boven gebracht door de ondoden. Terwijl het voedsel boven wordt bereid en naar beneden wordt gesjouwd door diezelfde zombies.

De circusact draait nu op volle toeren en de gekkigheid spat ervan af. Ik vind het dan ook helemaal niet vreemd dat de energieke eigenaresse steeds nerveuzer wordt. Het volume van haar stem gaat omhoog, ze beweegt steeds driftiger en ze begint te rennen. Dat gedrag van haar is direct van invloed op het functioneren van haar moeder, die nu onderhand een glas mineraalwater niet meer kan onderscheiden van een fles strohrum. Een probleem dat ik om andere redenen wel herken. Een en ander heeft tot gevolg dat er nóg vaker bestellingen fout gaan, waardoor de twee ondoden nóg vaker terug moeten naar hun tafels, waardoor alles nóg langer duurt, waardoor de energieke eigenaresse nóg nerveuzer wordt, enzovoort, vice versa. De enigen die onaangedaan blijven functioneren als daarvoor zijn de twee ondoden. Maar die doen vanaf de start eigenlijk niets goed, dus dat is van geen enkele betekenis of waarde.

Ondertussen hebben Belle en ik onze drankjes al lang op en slagen er niet in om een derde te bestellen. Maar dan … na een goed half uur wachten … zijn ze daar plotseling. Een prachtige schaal dim sums. Daarom is het ook zo jammer dat deze schaal terechtkomt op de tafel van die twee Duitsers die zojuist binnen zijn gelopen. Blijkbaar hebben zij hun bestelling via telepathische weg gedaan, wat bij ondoden natuurlijk veel beter werkt. Of nee … wacht … er is verwarring. De Duitsers zeggen iets tegen de ondode. Die pakt nu de schaal weer op en kijkt wat soepig de ruimte in. Mijn Boeddha, er zijn vissen die intelligenter en karaktervoller uit hun ogen kijken. Ik besluit hem een handje te helpen door genoemd lichaamsdeel in de lucht te steken als was het carnaval. En zowaar zeg. Hij herkent het gebaar en komt in onze richting gelopen om de schaal op onze tafel neer te zetten. One down, one to go. Stelt ons ook mooi in de gelegenheid om nog een biertje en een wodka te bestellen. We willen eigenlijk ook nog onze keuze voor het hoofdgerecht nog doorgeven, maar dan is de ondode alweer weg. In tegenstelling tot wat ze ons in Hollywood willen laten geloven, zijn zombies niet supersloom maar razendsnel.

Inmiddels is de paniek en de puinhoop op de bovenverdieping blijkbaar zó groot dat de energieke eigenaresse daarnaartoe is verdwenen. Met als gevolg dat de ellende hier beneden niet meer is te overzien. Ik geloof niet dat er ook maar één bestelling terechtkomt bij de persoon die deze heeft gedaan. Zo krijgen Belle en ik een Bacardi-cola en een wodka-tomatensap. En ik zie hoe onze gefrituurde groenten drie tafels verderop terechtkomen bij drie Portugese nonnen. We leggen ons erbij neer en ook de nonnen klagen niet.

Uiteindelijk besluiten Belle en ik dat het genoeg is geweest. We tellen de kosten van de genuttigde drankjes en eten bij elkaar op, tellen daar nog eens vijftien procent bij en verlaten de inmiddels totaal ontredderde zaak.
We gaan naar het sushi restaurant vlak bij ons hotel. Dit restaurant is gevestigd in een kleine ruimte en bij binnenkomst zijn alle tafels bezet. Dus nemen we plaats aan de bar waarachter twee mannen zichzelf compleet over de rooie werken om hun gasten van sushi te voorzien. De nervositeit spat er werkelijk vanaf. We hebben niet het idee dat alles op rolletjes verloopt. Waar hebben we dat toch eerder gezien?
Maar er zijn ook duidelijke verschillen. Kregen we in het restaurant van de energieke eigenaresse in ieder geval nog wel eens een drankje geregeld – zij het sporadisch –, hier lukt zelfs dat niet. Een meisje in een wit pakje vraagt:
‘Wat wenst u?’
‘Om te beginnen en bier en een wodka.’
‘Kunt u over anderhalf uur terugkomen?’
‘Anderhalf uur voor een bier en een wodka?’
‘Minimaal.’
‘En het eten?’
‘Kan ik niets over zeggen. Wellicht zijn we over anderhalf uur gesloten.’
‘En daarna? U zei “minimaal”.’
‘Dan zijn we zeker gesloten.’
‘Interessant. Dank voor de informatie.’
‘Geen dank. We zijn er voor onze klanten.’

Lees verder: In de schaduw van Ho Chi Minh